Als onderwerpenschilder (zie Info: Namaakkunstgeschiedenis) schilderde ik naast zonsondergangen, steigerende paarden, zeestukken en jachttaferelen ook straattaferelen. Dat werden stadsgezichten op mijn manier , maar ook gewoon straattaferelen.
Het straatspel "Balletje, balletje" inspireerde tot het maken van schilderijen over gedragspatronen. Geen gedrag van individuele mensen, maar gedragspatronen van een groep mensen. Je kunt zeggen dat ik de schilderkunstige ruimte tussen de personen probeer te vinden, net zoals Giotto. Groepen mensen die in hun lichaamstaal en gebaren een overdraagbare uitdrukking geven aan een beperkt aantal oude maar nooit verouderde emoties. Angst, schaamte en schuld blijken onveranderlijk door de eeuwen heen.
Bij beroving is iemand het slachtoffer. Daarnaast zijn er de hoofddader, een paar handlangers, de meelopers, de buitenstaanders en een uitkijk.